Leren leren: handige studietips voor het eerste jaar!

Welkom in het eerste jaar! Misschien vond je de lagere school een lachertje, of misschien net niet. Vanaf dit school jaar ontdek je in ieder geval dat een stevige studieaanpak zeer belangrijk is om goede resultaten te halen.

Je leerkrachten geven je voortdurend tips om een geschikte studiemethode voor jezelf te vinden. Die studiemethode wordt steeds belangrijker naarmate de leerstof inhouden groter en moeilijker worden. Maak je dus een goede studiemethode eigen en pas ze aan als je voelt dat iets niet werkt voor jou.

We geven je hier een heel pak studietips mee waarvan je best dankbaar gebruik maakt. Neem dit niet telkens volledig door wanneer je een studieprobleempje ondervindt, maar ga gericht zoeken bij de rubriek die jouw vraag of twijfel kan oplossen.

We wensen jou veel succes dit schooljaar, en vergeet niet: uit succeservaringen groeit plezier!

Studietips aardrijkskunde

  • Studeer je les dezelfde dag dat je ze gekregen hebt en fris ze nog even op de avond voor de volgende les. Dit levert niet alleen een tijdsbesparing op maar ook meer nauwkeurigheid.
  • Let goed op de nieuwe begrippen en woorden, ze vormen een leidraad doorheen de leerstof!
  • Let bijzonder goed op als de leerkracht de leerstof voor een toets overloopt. Leerkrachten zeggen wel af en toe: “Pas op, dat is belangrijk.” Dit zal vaak willen zeggen: dat vraag ik op toetsen en examens…
  • Bekijk alle kaarten en figuren in je boek/cursus zeer grondig. Ook dit zijn delen van de leerstof.

Studietips natuurwetenschappen

  • Ken je de titel van het thema?
  • Lees niet alleen de tekst, maar ook de onderschriften bij de figuren.
  • Richt vooral je aandacht op de vetgedrukte woordjes. Sommige van die woorden vind je terug in de begrippenlijst. Je kunt je kennis van die begrippen inoefenen door de begrippen af te dekken en alleen de verklaring (definitie) te lezen.
  • In het leerboek staan ontzettend veel figuren. Ze maken het je niet alleen gemakkelijker om de tekst te begrijpen, maar ook om de leerstof te herhalen. Probeer bijvoorbeeld eens je les te herhalen uitsluitend aan de hand van de figuren.
  • Studeer de samenvatting, probeer bijvoorbeeld eens de titels van de samenvatting uit het hoofd te leren.
  • Besteed ook voldoende aandacht aan de experimenten die je hebt uitgevoerd. Hierbij moet je volgende vragen zeker kunnen beantwoorden:
    • Wat willen we met het experiment onderzoeken?
    • Wat hebben we waargenomen tijdens of na het experiment? Hebben we eventueel een verklaring voor de waarneming gegeven? Welk besluit trekken we uit dat experiment?
  • Hoe kun je jezelf goed evalueren?
  • Als je op de hoofdvragen van het thema kan antwoorden. Als je de opdrachten in het werkboek kunt oplossen zonder leerboek.

Studietips Frans

  • Studeer Frans niet enkel om goede resultaten te halen, maar vooral om de taal te kennen en te kunnen gebruiken.
  • Herhaal regelmatig je woordenschat, de vervoegingen… Dit kan je ook doen met de pc.
  • Schrijf een woord, een regeltje… duidelijk en groot op een blad en hang dat boven je bureau indien je iets niet kan onthouden. Ongewild zal je dat dan af en toe toch eens bekijken en … vanzelf onthouden.
  • Af en toe zal de leraar zeggen dat iets heel belangrijk is en het meermaals laten herhalen… wees maar zeker dat dit op de eerstkomende toets en later op het proefwerk zal gevraagd worden. Leg in je map een ‘geheime bladzijde’ aan en noteer daar die ‘belangrijke dingen’.
  • Bekijk de tips die je terugvindt in de StudeerWijzer op het einde van elk Quartier.

Vocabulaire (woordenschat)

  • Schrijf de Franse woordjes thuis over en gebruik het woord in een zin.
  • Bekijk bij moeilijke woorden (nieuwe werkwoorden, bijwoorden, uitdrukkingen…) de zin uit het werkboek.
  • Hermaak de invuloefeningen (eventueel mondeling) en de vertalingen (schrifteli jk!!!) om te controleren of je de woordenschat voldoende kent.

Grammaire (spraakkunst)

  • Leer de algemene regel goed + de uitzonderingen, zodat je die kan toepassen.
  • Kijk naar de kaders in het werkboek en kijk ook naar wat je in de klas hebt opgeschreven.
  • Hermaak enkele oefeningen.

Expression orale (spreekvaardigheid)/ Interaction orale (gespreksvaardigheid).

  • Werk goed mee wanneer er in de klas mondelinge oefeningen gemaakt worden, ook als je niet aan de beurt bent.
  • Volg de tips en de afspraken uit de klas en maak duidelijke afspraken in de groep als je een dialoog of toneeltje moet voorbereiden.

Expression écrite (schrijfvaardigheid)

  • Lees bij een steloefening aandachtig de opgave en luister naar de afspraken.
  • Maak een kladversie en overlees ze om de fouten eruit te halen.

Compréhension orale (luistervaardigheid)

  • Luister aandachtig en panikeer niet als je een woord (nog) niet herkent of begrijpt.
  • Concentreer je op het verhaal of de tekst.

Compréhension écrite (leesvaardigheid)

  • Lees aandachtig de opdracht.
  • Lees aandachtig de tekst en panikeer niet als je een woord (nog) niet kent/herkent/begrijpt.

Studietips geschiedenis

In de les

  • Breng steeds je materiaal zoals map of schrift, potloden, vulpen… en je handboek Historie I met je mee.
  • Structureer kopieën samen met je leerkracht tijdens of na het verwerken van de les, niet ervoor.
  • Werk mee en help bronnen te interpreteren om tot een synthesetekst te komen.
  • Herhaal voldoende je les en ga na of je alles begrijpt. Vraag tijdig om uitleg.

Overhoringen

  • Leer telkens de vorige les. Gebruik zowel je eigen notities als de synthesetekst in het handboek.
  • Bronnen zoals je die tijdens de les of in het boek gebruikt, moet je zelf kunnen analyseren om tot besluiten te komen.
  • Begrippen, data, plaatsaanduidingen… leer je uit het hoofd.

Proefwerken

  • Zorg dat je weet wat je moet kennen en kunnen om je proefwerk voor te bereiden.
  • Voorzie voldoende herhalingsmomenten en train zo je lange termijngeheugen.
  • Gebruik de tips van je leerkracht en de feedback op overhoringen.

Studietips godsdienst

In de les

  • Luister aandachtig.
  • Schrijf de notities correct van het bord over:
    • Gebruik nummers.
    • Gebruik kleuren.
    • Onderstreep titels.

Thuis

  • Neem notities van de voorbije les opnieuw door.
  • Stel vraagjes bij de tekst: “Wat zou de leerkracht kunnen vragen? Wat vind ik belangrijk?”
  • Probeer met je eigen woorden de leerstof te formuleren. Je kunt dit luidop doen of schriftelijk.
  • Leer niet alles zomaar ‘uit het hoofd’ zonder het te begrijpen.
  • Onderscheid hoofd- en bijzaken van elkaar. Luister naar de tips van je leerkracht tijdens de les.
  • Mank een schriftelijke samenvatting.
  • Overdrijf niet met het gebruik van kleuren in je schema.

Voor overhoringen en proefwerken

  • Neem je notities door voor de volgende les: misschien kan er onverwacht toch een K.O. zijn!
  • Wacht niet tot de vooravond van de toets om de leerstof in te studeren bij een aangekondigde toets.
  • Opgelet!! Er is géén proefwerk godsdienst; het vak wordt ‘permanent’ geëvalueerd.

Werken met de Bijbel

  • Zorg ervoor dat je Bijbel steeds daar is waar je hem nodig hebt: in de klas of thuis.
  • Zoek de besproken tekst thuis nog eens op. Dit bespaart je veel tijd tijdens de volgende toets.
  • Leer thuis zoeken en werken met je Bijbel.

Studietips Latijn

Woordenschat

  • Lees elke dag de nieuwe woorden luidop met de grammaticale info (=middenkolom) en de vertaling.
  • Vraag je af of je ezelsbruggetjes kent en schrijf die in potlood ernaast.
  • Dek de middenkolom en de vertaling af en probeer ze te geven.
  • Idem, maar in een andere volgorde (bvb. van onder naar boven).
  • Noteer de woorden die je nog niet kent op een kladblad.
  • Probeer de woorden te vertalen van Nederlands naar Latijn als je de vertaling kent.
  • Schrijf de Latijnse woorden die je telkens vergeet in een andere volgorde op een kladblad. Probeer die helemaal op het einde te vertalen.
  • Let op de spelling van Latijn en Nederlands, onthoud de paradigma’s van de woorden en zoek moeilijke Nederlandse woorden op.
  • Leer uit je fouten door DP’s te corrigeren.
  • Herhaal de woorden zeer regelmatig.
  • Leg een lijst aan van ‘moeilijke’ woorden die je steeds blijft vergeten.

Taalstudie

  • Lees de theorie uit het handboek en probeer daarbij vraagjes voor jezelf te bedenken.
  • Noteer de belangrijkste zaken op een kladblad.
  • Gebruik kleuren en strepen om de belangrijkste zaken aan te duiden.
  • Studeer het schema in je notities en mank dat je het van buiten kunt opschrijven.
  • Maak oefeningen in het werkboek opnieuw, terwijl je de oplossingen afdekt.
  • Duid aan wat je niet begrijpt. Vraag later in de les uitleg.
  • Studeer regelmatig het grammaticale overzicht achteraan in het handboek voor een goede structuur van de leerstof.
  • Schrijf de modellen van naamwoorden, werkwoorden minstens één keer per week helemaal uit.

Leesteksten

  • Probeer de tekst opnieuw te vertalen en oefen tot het vlot lukt.
  • Vraag je af waarom woorden een bepaalde uitgang hebben.
  • Controleer of je de vragen in het werkboek kan beantwoorden.
  • Zorg ervoor dat je de inhoud van het verhaal met eigen woorden kan navertellen.

Cultuur

  • Lees de cultuurles in het handboek.
  • Leer de notities uit de les van buiten en bedenk vraagjes voor jezelf.
  • Zoek moeilijke woorden op en let goed op de spelling.

Studietips muzikale opvoeding

  • Zorg dat je de basistheorie van de les begrijpt.
  • Kijk naar de samenvattingen in de kadertjes op het einde van een les.
  • Werk goed mee aan alle opdrachten die gegeven worden in de les.
  • Kijk alles goed na, voor je naar de volgende les gaat.
  • Kijk ook na of je alles bij je hebt om goed te kunnen meewerken: boek en papier van het college.
  • Let zo goed mogelijk op in de les want het gaat vooral over praktijk in dit vak.

Studietips Nederlands

Vaardigheden

  • Houd rekening met tips en feedback van je klasgenoten en je leerkracht.
  • Oefen je vaardigheden ook buiten de les: in communicatie met elkaar, met een bibliotheekbezoek, in al je schri jfactiviteiten…

Schrijven

  • Schrijf zo correct mogelijk over van het bord.
  • Schrijf moeilijke woorden op tijdens het studeren.
  • Schrijf bij de voorbereiding van een dictee de tekst een paar keer over.
  • Zoek moeilijke woorden op in een woordenboek of het Groene Boekje als je aan de spelling twijfelt (bij een opstel).
  • Maak spellingsoefeningen in het werkboek opnieuw.
  • Studeer spellingsregels in de notities aandachtig.
  • Bekijk het overzicht van de spelling in het vademecum.

Lezen

  • Lees een paar boeken (buiten de verplichte lectuur).
  • Lees af en toe een tekst hardop.
  • Lees de krant of enkele artikels eruit.

Spreken

  • Verzorg je taal in de klas en daarbuiten.
  • Luister in de klas aandachtig naar de uitspraak van sommige woorden.

Luisteren

  • Luister aandachtig naar de leerkracht.
  • Luister naar je medeleerlingen.
  • Concentreer je als je luistert.

Taalbeschouwing

Woordenschat

  • Schrijf moeilijke woorden uit de les met hun verklaring in twee kolommen.
  • Gebruik voor elk woord een nieuwe regel.
  • Zorg dat je thuis minstens een pocketwoordenboek hebt.
  • Leer geen verklaringen uit het hoofd die je niet begrijpt en situeer woorden in hun context.
  • Oefen je in het toepassen van een woord in een zin.

Spraakkunst

  • Neem eerst de theorie door (zie vademecum).
  • Maak oefeningen in je werkboek, op cd-rom…
  • Herhaal regelmatig alle leerstof als voorbereiding op de proefwerken.

Studietips techniek

  • Noteer wat er precies verwacht wordt naar de volgende les toe (zie agenda: bord).
  • Houd je map nauwkeurig in orde zoals gevraagd: correct en leesbaar.
  • Herlees je les de dag van de les.
  • Leer eerst je les voor je aan oefeningen begint.
  • Groepeer losse gegevens tot zinnen die je met kleine hulpmiddelen beter kan onthouden.
  • Voorzie belangrijke leerstof van een uitroepteken om hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden.
  • Breng de grote krijtlijnen in een schema aan, vul de te onthouden woorden in en controleer.
  • Lees bij een langere tekst traag zodat je alles leest.
  • Verklaar woorden eenvoudig in functie van hun betekenis.
  • Las een eerlijke controle van je werk in.

Studietips wiskunde

Algemene tips

  • Vertrek nooit van het standpunt: “Ik kan dit niet!” of “Ik kan dit al!”.
  • Volg de les aandachtig. Zorg dat je de les volledig begrijpt voor je ze gaat instuderen.
  • Oefen elke dag voor wiskunde!
  • Maak, zodra in de klas een leerstofgeheel is afgehandeld, zo vlug mogelijk de nodige tijd vrij om dat leerstofgeheel te herhalen.
  • Leer van je fouten! Kijk al je kleine overhoringen en huistaken na, vooral als je een grote toets of een proefwerk maakt.

In het bijzonder

Instuderen van de theorie

  • Leer definities met woorden of symbolen letterlijk uit het hoofd en schrijf ze regelmatig op.
  • Herhaal regelmatig de definities van de nieuwe begrippen.
  • Leer formules strikt uit het hoofd. Leer ze ook in woorden formuleren.
  • Leg een lijst aan met gebruikte symbolen.

Instuderen van de toepassingen

  • Maak de oefeningen die je in de klas maakte thuis schriftelijk opnieuw. Vooral de oefeningen die je verkeerd had, vragen thuis jouw bijzondere aandacht.
  • Maak thuis oefeningen die in de klas niet gemaakt werden.
  • Maak bij meetkundeopgaven een tekening, zodat je het probleem beter begrijpt.
  • Maak je huiswerk zelfstandig. Enkel dan kan je weten hoe het met je eigen vorderingen staat!

Studietips tijdens de examens 

De examenperiode begint niet de dag voor het eerste examen!
Voor de leerlingen van de 1ste graad: neem de studietips voor de verschillende vakken nog eens door!

Ongeveer twee weken voor het eerste examen begin je met een grondige herhaling van je vakken.

Bij het herhalen hou je rekening met de volgende vraagjes:

  •  Zijn mijn notities duidelijk, volledig en overzichtelijk?
  •  Wat moet ik kennen/kunnen?
  •  Heb ik iets niet begrepen? Dan is het nu tijd op uitleg te vragen aan de leerkracht of aan een medeleerling.
  •  Heb ik alles geleerd? Niets vergeten?
  •  Maak zoveel mogelijk oefeningen en kijk je toetsen en huistaken na.

Maak dat je voor elk vak een inhoudstafel hebt waaraan je de leerstof kunt vasthangen zoals aan een kapstok.

Zorg ervoor dat je leerkamer rustig is (geen radio, tv, pc, Ipod,..), niet te warm en met een goede verlichting en verluchting.

Ga niet gewoon voor je boek zitten, maar leer actief (= visueel + auditief + motorisch): schrijf moeilijke woorden neer, onderstreep kernwoorden, maak een samenvatting, zoek vraagjes, leer luidop!

Zorg voor een goede planning: elk vak krijgt de nodige aandacht, de moeilijkste vakken krijgen de meeste tijd.

Zorg voor afwisseling bij de herhaling van je vakken:

  • moeilijk –  gemakkelijk
  • taal – wiskunde (leer geen 2 talen na elkaar)
  • leuk – zeer leuk
  •  …

Zorg dat je wat reserves hebt: plan juist voor de examens niet alles helemaal vol, maar plan wat bufferzones. Als er dan eens iets misloopt kan je daar altijd nog op terugvallen!

Deze tips helpen je tijdens de echte examenperiode !

  • Begin de dag met een evenwichtig ontbijt. Sla geen maaltijden over, je hebt energie nodig om te leren.
  • Ga meteen aan het werk: laat alle boeken, hobbyspullen maar in de kast en zorg dat je  bureau netjes opgeruimd is. Gebruik de vrije leernamiddag goed: wacht niet tot 17u.00 om te beginnen.
  • Leer nooit langer dan 1 uur aan één stuk. Neem tijd voor ontspanning: fietsen, wandelen, even naar buiten,… is beter dan lezen, computerspelletjes en tv (omdat ook hiervoor jouw hersenen hard moeten werken).
  • Zorg dat je voldoende slaap krijgt: ‘blokken tot diep in de nacht’ doet meer kwaad dan goed.
  • Praat niet altijd over het examen. Een gezellige babbel ontspant en kikkert meer op.  Hecht geen geloof aan vrienden die beweren dat ze niet naar bed zijn geweest of aan anderen die zeggen dat ze er niets voor gedaan hebben.Faalangst hoeft niet: je hebt alles gedaan om je zo goed mogelijk voor te bereiden.
  • Bekijk het examen positief: de laatste hindernis voor een verdiende vakantie.

Veel succes!