Skip to main content

Orde- en tuchtmaatregelen

Jongeren groeien op met vallen en opstaan, waaruit zij ook moeten kunnen leren door inzicht te krijgen in de effecten van hun handelen en door voldoende kansen op een nieuwe start. De internaatsmedewerkers willen in dit proces hun begeleider en coach zijn. Als een intern storend gedrag vertoont, zullen de internaatsmedewerkers dan ook altijd eerst in gesprek gaan en aansporen tot een betere houding.

Als dit echter blijft mislukken, registreren we de opeenvolgende voorvallen en gaan we hierover niet alleen met de jongere zelf, maar ook met de ouders in gesprek om samen met hen een gedragsverandering te proberen bekomen. Meestal is dat voldoende, maar toch moeten we soms overgaan tot ordemaatregelen en – gelukkig maar zelden – tot de zwaardere tuchtmaatregelen. Dat dit gradueel opgebouwd sanctiebeleid zo uitgebreid in dit internaatsreglement te vinden is, beantwoordt aan de juridische verplichtingen om de nodige duidelijkheid hierover aan alle betrokkenen te verschaffen. Laat het duidelijk zijn dat wij op ons internaat, in het geval dat we moeten overgaan tot sanctionering, dit zoveel mogelijk in een open dialoog willen doen en met luisterbereidheid bij alle partijen, zodat we juiste en billijke beslissingen kunnen treffen in het belang van élke jongere op ons internaat.

Ordemaatregelen

Wanneer een jongere de leefregels binnen ons internaat schendt, kan het internaat een ordemaatregel opleggen. We streven ernaar om elke ordemaatregel steeds evenredig te laten zijn met de ernst van het vergrijp. Ordemaatregelen zullen aan de intern nooit de kans ontnemen op voldoende studietijd of de essentiële voorzieningen van het internaat ontzeggen.

Indien mogelijk zal de ordemaatregel in het verlengde van de fout liggen. Zo zal bijvoorbeeld wie iets besmeurt het zelf moeten reinigen, wie afval of rommel achterlaat, dit eigenhandig opruimen.

Ordemaatregelen kunnen echter van velerlei aard zijn:

  • een gewone mondelinge vermaning of verwittiging.
  • een schriftelijke vermaning die daarna door een ouder dient ondertekend te worden.
  • een straftaak, zoals het uitvoeren van keukendienst of andere klussen.
  • een schriftelijke straftaak, liefst gerelateerd met het vergrijp zelf.
  • een tijdelijke verwijdering uit bepaalde (ontspannings)activiteiten.
  • het tijdelijk in bewaring nemen van de laptop of GSM, vooral wanneer de intern duidelijk nog niet in staat blijkt om op een juiste manier om te gaan met deze moderne technologische middelen. Dergelijke inbewaringneming zal nooit het weekend overspannen, zodat de intern dit eigendom altijd mee naar huis kan nemen op vrijdag.
  • kamerarrest, waardoor de intern voor een bepaalde duur (meestal niet meer dan een avond) de internenkamer enkel mag verlaten voor een toiletbezoek, en geen bezoek van andere internen mag ontvangen.
  • intrekking van eventuele toelatingen die de intern had om het internaat occasioneel te mogen verlaten, zoals voor sportactiviteiten.
  • een begeleidingsovereenkomst of gedragscontract: deze ordemaatregel kan enkel door de internaatsdirecteur(s) worden uitgesproken in overleg met de betrokken internaatmedewerkers. Van deze laatste ordemaatregel worden de ouders altijd schriftelijk op de hoogte gebracht, meestal na een telefonisch gesprek.

Tegen een ordemaatregel is juridisch geen beroep mogelijk.

Gedragscontract

Wanneer een intern met zijn/haar gedrag herhaaldelijk in de fout gaat of een zwaar vergrijp pleegt, kan de internaatsdirecteur als uiterste ordemaatregel een gedragscontract voorleggen. In de tekst van dergelijk contract omschrijven we als internaat wat er fout liep in de houding van de intern en wat we uitdrukkelijk aan gedragsverandering verwachten.

De intern en zijn/haar ouders krijgen steeds de kans om de inhoud van dit contract rustig te overwegen. Zij kunnen eventueel voorstellen doen tot herformuleren of schrappen van bepaalde passages waarmee zij het niet eens zouden zijn. Het internaat overweegt deze voorstellen, maar is niet verplicht deze ook aan te nemen. De ouders en de intern hebben de vrijheid om dit gedragscontract al dan niet te ondertekenen.

Juridisch is de handtekening van een minderjarige niet rechtsgeldig, maar het kan in dergelijke situaties een bewust engagement van de jongere uitdrukken om vanaf dan te kiezen voor een andere houding, en dat is de uiteindelijke bedoeling. Een gedragscontract heeft meestal een beperkte duur en focus, en wordt samen met de intern geëvalueerd alvorens het eventueel wordt afgesloten en geklasseerd. Wanneer de houding van de intern niet duidelijk genoeg verbetert, kan het beëindigen van dit gedragscontract uitblijven.

Als een gedragscontract werd beëindigd, kan het later toch mee in overweging genomen worden, indien het gedrag van de intern opnieuw de foute richting uitgaat. Wanneer het beoogde resultaat uitblijft, kan een gedragscontract ook leiden tot een verdere stap, namelijk een tuchtmaatregel.

Tuchtmaatregelen

Enkel een internaatsdirecteur of een afgevaardigde van het bestuur kan een tuchtmaatregel uitspreken. Als die een tuchtmaatregel overweegt, wordt eerst het advies van de betrokkenen uit het internaatsteam en van het CLB gevraagd. Alle verzamelde adviezen maken deel uit van het tuchtdossier. Zeker bij tuchtmaatregelen zullen we als internaat een snelle, duidelijke en correcte communicatie met de ouders nastreven.

Er kan overgegaan worden tot een tuchtmaatregel:

  • als alle voorgaande ordemaatregelen bij een intern tot niets hebben geleid, zodat de realisatie van ons pedagogisch project in gevaar wordt gebracht voor die intern zelf en/of mede-internen, personeelsleden of anderen.
  • wanneer een intern de afspraken binnen het internaat in die mate schendt dat zijn/haar gedrag een ernstige belemmering of zelfs gevaar vormt voor de goede werking van het internaat, of voor de fysieke of psychische veiligheid en integriteit van anderen.
  • als er andere ernstige of wettelijk strafbare feiten werden gesteld, zoals diefstal, inbraak of uitbraak uit het internaat, handel drijven, vandalisme, overmatig gebruik van alcohol of andere genotsmiddelen …
  • als de afspraken rond brandveiligheid binnen de gebouwen niet werden gerespecteerd, bijvoorbeeld door vuurgebruik, ondoordacht omgaan met elektronische toestellen en dergelijke meer. Dit geldt ook voor roken of elektronisch roken. De elektronische sigaret is immers een soortgelijk product en dus verboden. Want dit kan zeker bij jongeren de drempel naar roken verlagen.
  • als een intern moedwillig en onnodig een evacuatieknop indrukt, leidt dit automatisch tot een tuchtmaatregel, eventueel zelfs tot een preventieve schorsing.

Mogelijke tuchtmaatregelen zijn:

  • een tijdelijke uitsluiting uit het internaat (voor minimaal 1 kalenderdag en maximaal 15 opeenvolgende kalenderdagen),
  • een definitieve uitsluiting uit het internaat.

Tuchtmaatregelen treffen de gestrafte intern door hem/haar tijdelijk of definitief de essentiële voorzieningen van het internaat te ontzeggen.

Bij de start van een tuchtprocedure kan er dus ook beslist worden tot een preventieve schorsing. Dit houdt in dat een intern in afwachting van de (eventuele) tuchtmaatregel niet in het internaat wordt toegelaten. Enkel in heel uitzonderlijke situaties kan dit gebeuren, bijvoorbeeld bij dermate zware gedragsmoeilijkheden dat zij kunnen leiden tot een definitieve uitsluiting, of wanneer de verdere aanwezigheid van een jongere op internaat een gevaar vormt voor zichzelf, mede-internen of  internaatsmedewerkers.

Alleen een internaatsdirecteur of een afgevaardigde van het bestuur kan beslissen tot een preventieve schorsing. Hij/zij deelt die beslissing telefonisch en schriftelijk aan de ouders mee, kort gemotiveerd. De preventieve schorsing gaat onmiddellijk in, zodat de intern dan ook onmiddellijk het internaat dient te verlaten ofwel door afhaling, ofwel anders afgesproken door middel van een schriftelijke toestemming van de ouders. De preventieve schorsing duurt tot wanneer er een tuchtmaatregel wordt uitgesproken of tot wanneer de tuchtprocedure eventueel wordt stopgezet.

Een schorsing of verwijdering uit het internaat impliceert niet automatisch een verwijdering uit de school, en vice versa. Maar ons internaat is geen professionele zorginstelling en heeft noch het personeel noch de infrastructuur om een alternatieve opvang van de betrokken intern buiten de leefgroepen te organiseren. De ouder/voogd is dus gedurende de periode van schorsing of uitsluiting zelf verantwoordelijk voor opvang buiten het internaat.

Procedure bij een tuchtmaatregel

Elke tuchtprocedure verloopt als volgt:

  • De internaatsdirecteur of een afgevaardigde van het bestuur nodigt de intern en zijn/haar ouders met een aangetekende brief uit voor een gesprek waarin allen gehoord zullen worden.
  • Vóór dat gesprek kunnen zij het tuchtdossier komen inkijken. Ook het CLB, dat eventueel bij dit gesprek aanwezig zal zijn, heeft dan inzage in dit tuchtdossier.
  • Het gesprek zelf vindt na onderling overleg met beide partijen zo snel mogelijk plaats. De ouders en intern kunnen zich bij dit gesprek laten bijstaan door een vertrouwenspersoon. Een personeelslid van het internaat, van de school of het CLB kan echter bij een tuchtprocedure niet optreden als vertrouwenspersoon in deze.
  • Na het gesprek brengt de directeur of een afgevaardigde van het bestuur de ouders binnen een termijn van drie dagen (zaterdagen, zondagen, wettelijke en reglementaire feestdagen niet meegerekend) telefonisch en met een tweede aangetekende brief op de hoogte van zijn/haar beslissing. In die brief staat een motivering van de beslissing en de ingangsdatum van de tuchtmaatregel.
  • Enkel indien de beslissing een definitieve verwijdering uit het internaat inhoudt, is er juridisch de mogelijkheid om hiertegen in beroep te gaan. In dat geval zal deze beroepsmogelijkheid én de procedure die men dient te volgen voor dergelijk beroep in dit schrijven ook duidelijk verwoord worden.
  • Als men in beroep gaat, schort dat de uitvoering van de beslissing tot definitieve verwijdering niet op.

In het belang van de intern zijn de uitgesproken tuchtmaatregelen en het tuchtdossier niet overdraagbaar naar andere scholen of internaten.

Opstarten van een beroepsprocedure

Alvorens een beroepsprocedure tegen een definitieve uitsluiting wordt opgestart, is het aangewezen dat de intern en zijn/haar ouders eerst gebruik maken van hun recht op overleg met de internaatsdirecteur. Indien dat tot geen overeenkomst leidt, kunnen de ouders of de meerderjarige intern het beroep indienen via een aangetekende brief naar (de voorzitter van) het bestuur (zie bijlage ‘Wie is wie?’). Dit verzoekschrift wordt gedateerd en ondertekend. Het vermeldt ten minste het voorwerp van beroep met omschrijving van de feiten en motivering van de ingeroepen bezwaren, eventueel ondersteund door overtuigingsstukken.

De aangetekende brief moet ten laatste verstuurd worden op de derde dag (zaterdagen, zondagen, wettelijke en reglementaire feestdagen niet meegerekend) nadat de beslissing van definitieve uitsluiting werd ontvangen. De aangetekende brief aan de ouders met de beslissing vanuit het internaat tot definitieve uitsluiting wordt geacht de derde dag na verzending te zijn ontvangen. De poststempel geldt voor het internaat als bewijs, zowel voor de verzending als voor de ontvangst uiterlijk drie dagen erna.

Een andere mogelijkheid is dat de ouders of de meerderjarige intern hun brief persoonlijk afgeven bij het secretariaat van de school en het internaat op een moment dat dit open is. De ouders krijgen dan een bewijs van ontvangst dat aantoont op welke datum ze dit hebben ingediend. Het beroep wordt dan onmiddellijk overgemaakt aan het bestuur. Ook als het beroep persoonlijk wordt afgegeven, dient dit te gebeuren ten laatste op de derde dag (zaterdagen, zondagen, wettelijke en reglementaire feestdagen niet meegerekend) na ontvangst van de beslissing tot definitieve uitsluiting.

Als dit beroep te laat wordt verstuurd of afgegeven, zal de beroepscommissie het beroep als onontvankelijk kunnen afwijzen, wat dan betekent dat ze het inhoudelijk niet zullen behandelen. Als er sprake is van overmacht (zoals bij een poststaking) kan de beroepscommissie, mits sluitend bewijs werd aangeleverd, beslissen om een laattijdig beroep toch te aanvaarden.

Beroepscommissie

De voorzitter van het bestuur zal de beroepscommissie aanduiden en deze samenroepen om het beroep grondig te onderzoeken. De internaatsdirecteur of de afgevaardigde die de beslissing tot definitieve uitsluiting heeft genomen, zal geen deel uitmaken van deze beroepscommissie maar kan wel gehoord worden. Deze commissie is wel samengesteld uit enerzijds drie interne leden (d.w.z. leden van het bestuur of leden van het onderwijs-internaat waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen), en anderzijds eenzelfde aantal externe leden (d.w.z. leden die niet behoren tot het bestuur of tot het onderwijsinternaat waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen). Daarnaast wordt door het bestuur onder de externe leden een voorzitter van de beroepscommissie aangewezen.

Vooreerst zal de beroepscommissie steeds de intern en zijn/haar ouders uitnodigen voor een gesprek. Die kunnen zich daarbij laten bijstaan door een vertrouwenspersoon. Dit kan een advocaat zijn, maar dat is niet verplicht. Vóór de zitting kan het tuchtdossier opnieuw ingekeken worden.

De beroepscommissie beslist autonoom over de stappen die worden gezet om tot een gefundeerde beslissing te komen, waaronder eventueel ook het uitnodigen en horen van een of meer personeelsleden die betrokken zijn bij de intern, en/of die een advies over de definitieve uitsluiting hebben gegeven.

Het gesprek vindt plaats binnen een redelijke termijn. De beroepscommissie zal de definitieve uitsluiting bevestigen of vernietigen, en zal de gemotiveerde beslissing meedelen binnen een termijn van zes dagen (zaterdagen, zondagen, wettelijke en reglementaire feestdagen niet meegerekend) na het gesprek, door middel van een aangetekende brief aan de ouders of de meerderjarige intern.

Klachtenregeling

 

Ouders hebben de mogelijkheid om te reageren wanneer ze ontevreden zijn met beslissingen, handelingen of gedragingen van ons internaatsbestuur of de personeelsleden, of net het ontbreken van bepaalde beslissingen of handelingen. In dat geval kunnen jullie contact opnemen met de voorzitter van ons internaats- en schoolbestuur (zie bijlage bij het reglement ‘Wie is wie?’.

Samen met de ouders zoeken we dan naar een afdoende oplossing. Als dat wenselijk is, kunnen we in onderling overleg een beroep doen op een professionele conflictbemiddelaar om tot een oplossing te komen.

Als deze informele behandeling niet tot een oplossing leidt die voor de ouders volstaat, kunnen zij hun klacht in een volgende fase voorleggen aan de Klachtencommissie. Deze commissie is door Katholiek Onderwijs Vlaanderen aangesteld om klachten van leerlingen en ouders over gedragingen en beslissingen, dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen van/door het bestuur, formeel te behandelen. Voor het indienen van een klacht moet men een brief sturen naar het secretariaat van de Klachtencommissie.

Het correspondentieadres is: Klachtencommissie, t.a.v. de voorzitter van de Klachten-commissie, Guimardstraat 1, 1040 Brussel. De klacht kan tevens worden ingediend via het daartoe voorziene contactformulier op de website van de Klachtencommissie. De commissie zal de klacht enkel inhoudelijk behandelen als ze ontvankelijk is, dat wil zeggen als ze aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • De klacht moet betrekking hebben op feiten die niet langer dan zes maanden geleden hebben plaatsgevonden, te rekenen vanaf de laatste gebeurtenis waarop de klacht betrekking heeft.
  • De klacht mag niet anoniem zijn. Omdat de klachtencommissie een klacht steeds onbevooroordeeld en objectief behandelt, betrekt ze alle partijen, dus ook het internaatsbestuur.
  • De klacht mag niet gaan over een feit of feiten die de klachtencommissie al eerder heeft behandeld.
  • De klacht moet eerst aan het internaatsbestuur zijn De klacht moet ten minste besproken zijn met de contactpersoon die hierboven staat vermeld én het internaatsbestuur moet de kans gegeven zijn om zelf op de klacht in te gaan.
  • De klacht moet binnen de bevoegdheid van de klachtencommissie vallen. De volgende zaken vallen niet onder haar bevoegdheid:
    • Klachten over feiten die het voorwerp uitmaken van een gerechtelijke procedure
      (bv. Klachten die betrekking hebben op een misdrijf)
    • Klachten die betrekking hebben op het algemeen beleid van de overheid of op de geldende decreten, besluiten, ministeriële omzendbrieven of reglementen.
  • Klachten waarvoor al een specifieke regeling en/of behandelende instantie

Het verloop van de procedure bij de Klachtencommissie is vastgelegd in het huishoudelijk reglement. De Klachtencommissie kan een klacht enkel beoordelen. Zij kan het bestuur een advies bezorgen, maar geen bindende beslissingen nemen. De eindverantwoordelijkheid ligt steeds bij het bestuur. Tegen een advies van de Klachtencommissie kan men niet in beroep gaan.

Bij een klacht verwachten we van alle betrokkenen steeds de nodige discretie en sereniteit.