Het internaat doet blijvend inspanningen om haar infrastructuur te moderniseren en om de gangen en kamers van de verschillende leefgroepen gezellig en netjes te maken. We vragen dan ook van alle internen respect hiervoor en de nodige medewerking om alles goed te kunnen onderhouden.
Behalve de jongens van het eerste jaar (die per twee op een kamer slapen) krijgen al onze internen een individuele kamer, die zij telkens voor een jaar mogen betrekken. Wanneer eind augustus op de installatiedagen aan de internen hun kamer wordt toegewezen, ligt de kamerverdeling van het internaat voor dat schooljaar in principe vast.
Op het moment dat de intern met zijn of haar gezin de kamer komt inrichten, zal hij of zij eerst samen met een internaatsmedewerker de staat van die kamer opmaken via het invullen van een formulier. Op het einde van elk schooljaar wordt bij de opruimdagen de staat van de kamer opnieuw opgemaakt en vergeleken.
Als een intern in de loop van dat schooljaar merkt dat er iets stuk gaat op die kamer, moet hij of zij dat onmiddellijk rapporteren. Wanneer er bewust schade zou zijn toegebracht, zal de internaatsdirecteur de ouders daarvan op de hoogte brengen en kan een vergoeding gevraagd worden.
De internen mogen hun kamer volgens een persoonlijke stijl inrichten, maar zonder overdaad en met de nodige goede smaak. Politieke symbolen zijn niet toegelaten. De internaatsmedewerkers of -directeur(s) kunnen vragen om bepaalde zaken te verwijderen. Om posters aan de muur te bevestigen, gebruikt men enkel duimspijkers. Er worden geen nagels in de muur geslagen, en dus ook geen hangende boekenplanken geïnstalleerd zonder toestemming van de internaatsdirecteur. Er worden ook geen spiegel(tje)s aan de muur gekleefd.
De meubelschikking mag de gemakkelijke doorgang of het poetsen van de kamer niet bemoeilijken. Ook zorgt men ervoor dat de deur volledig kan opendraaien. Wanneer men de meubelschikking op de kamer wil veranderen, kan dit pas na toestemming van de internaatsmedewerker. Let er echter op dat men bij het verschuiven van de meubels geen schade toebrengt. Als een internaatsmedewerker in de loop van het schooljaar redenen heeft om toch nog een andere plaatsing van de meubelen op te leggen aan een intern, zal die dit opvolgen en zo behouden.
Op bepaalde momenten van de dag is het toegestaan om op de eigen kamer naar muziek te luisteren (afhankelijk van de leefgroep) met de afspraak dat deze muziek niet in de gang te horen mag zijn. Bij het openen en sluiten van de ramen of deuren maakt men geen overbodig lawaai. Een gouden regel is dat iedereen die dat wil in staat moet zijn om ongestoord op zijn of haar kamer te verblijven. Lawaai in de gang wordt dus tot een minimum beperkt.
Om goed te kunnen studeren is het belangrijk dat internen hun kamer netjes en ordelijk houden. Meestal gaat het om een beperkte ruimte die dan ook vlug vol kan liggen. Daarom vraagt de orde van de kamer een bewuste en aangehouden aandacht, wat zeker ook zijn vormende waarde heeft voor opgroeiende jongeren. Het behoort tot de opvoedende taak van de internaatsmedewerkers om hier mee op toe te zien.
Indien mogelijk controleren zij je kamer terwijl je zelf aanwezig bent, maar dat zal niet altijd haalbaar zijn, aangezien dat enkel ’s ochtends systematisch kan gebeuren, wanneer voor de internen het eerste lesuur gestart is (zie ook ‘privacy van de internenkamer’).
Wat zijn onze concrete verwachtingen voor de orde en netheid van een internaatskamer?
Elke maandag maak je je reistas leeg en leg je de propere kleren in de kast, ordentelijk georganiseerd. Je reistas plaats je in of op je kast. Enkel deze tas mag zich op je kast bevinden. Je vuil geworden kleren leg je doorheen de week onmiddellijk in je lege valies, zodat je ze op vrijdag niet vergeet mee te nemen naar huis. Wat nat is geworden, laat je natuurlijk eerst drogen.
Elke ochtend laat je je bed goed open liggen ter verluchting, om dan na school je bed netjes toe te leggen. Je maakt verplicht gebruik van (hoes)lakens en een kussensloop die je ook op tijd ververst. Het internaat bepaalt de data waarop alle internen hun beddengoed op vrijdag meenemen naar huis om ze te laten wassen (zowat om de drie weken) en deelt die mee in het begin van het schooljaar.
Zorg dat er tussen je bed en de muur (of tussen andere meubels) geen vuile kousen en dergelijke meer blijven hangen. Zeker ook onder het bed mag er niets te vinden zijn (tenzij je natuurlijk een hoogslaper hebt als bed).
Je houdt de vloer zoveel mogelijk leeg. Schoenen en pantoffels laat je er niet rondslingeren, maar geef je een vaste plaats in de kast of in een hoek van je kamer, zodat je er niet kan over struikelen. Besteed bijzondere zorg aan de orde op je bureau of de kleinere kastjes of rekken. Papieren, boeken en studiemateriaal liggen netjes geordend, het bureaublad blijft grotendeels vrij. Je toiletartikelen plaats je op het tablet boven je wasbak of -als het er teveel zijn- berg je op in je kast. Het venstertablet wordt geen stapelplaats van allerlei kleinere spullen, maar blijft netjes.
Je kamervloer wordt door ons poetspersoneel eenmaal per week op een vastgelegde dag gepoetst (gestofzuigd en gedweild). Dit moet echter zonder belemmeringen kunnen gebeuren. Het behoort duidelijk niet tot de taken van het poetspersoneel om eerst allerlei rommel te moeten opruimen. Zorg er dan ook voor dat op de afgesproken poetsdag je vloer volledig leeg is (schoenen en dergelijke staan in je kast). Leg indien mogelijk je bureaustoel op je bed. Behalve de vloer zal de schoonmaker ook je venstertablet, je wasbak en het tabletje erboven reinigen. Dus die heb je die ochtend volledig leeggemaakt. Je leegt zelf regelmatig je vuilbakje (gesorteerd) in de grotere afvalbakken, en zeker op de poetsdag dient je vuilbakje leeg te zijn.
Wanneer je kamer niet aan deze voorwaarden voldoet, kan de schoonmaker besluiten om je kamer die week niet te poetsen. Die geeft je kamernummer door aan een internaatsmedewerker of de internaatsdirecteur, die dan je kamer inspecteert en jou de opdracht geeft om nog diezelfde avond je kamer ordelijk te maken én zelf te poetsen. Bij herhaling hiervan kunnen er ook andere sancties worden aan verbonden.
Het poetspersoneel zal voor de jongste internen van de eerste graad de meubelen afstoffen en de eventuele matten stofzuigen. Maar de internen van de tweede en derde graad zijn hier zelf verantwoordelijk voor, en krijgen dan ook van het internaat elk een stofdoek die zij naamtekenen en jaar na jaar gebruiken. Zij kunnen ook een stofzuiger gebruiken in afspraak met de internaatsmedewerkers.
Het poetspersoneel zal dagelijks alle toiletten en douches van het internaat nazien en poetsen, maar het spreekt vanzelf dat elke intern deze telkens na gebruik zelf netjes achterlaat. Toiletpapier, lege flacons van shampoo en dergelijke laat je niet op de grond achter.
Wanneer de internen gebruik maken van gemeenschappelijke lokalen (ontspanningszaal, studiezaal, refter, …). zijn zij verantwoordelijk voor de zorg van meubilair en materiaal, en voor het opruimen achteraf. Zo zal men na elke maaltijd in de refter de tafels netjes achterlaten en de stoelen onder de tafels schuiven. Via een beurtrolsysteem ruimen we de tafels af en maken we ze schoon met nat. Als er iets op de stoelen of de vloer ligt, verwijderen we dat ook.
Het is belangrijk om alle ruimtes tijdig en goed te verluchten, zeker de eigen kamer. De internen zorgen er wel voor dat het raam van hun kamer tijdens het weekend en op vakantiedagen gesloten is. Als zij dat niet doen, en er als gevolg daarvan schade is door regeninslag of andere, zal deze schade vergoed dienen te worden.