Skip to main content

EHBO en medicatie op het internaat

De medische gegevens van de intern

Bij de inschrijving op het internaat geven de ouders in de ‘medische fiche’ alle noodzakelijke medische informatie over hun kind door aan de internaatsdirecteur(s). De ouders geven hierbij ook al dan niet toestemming aan het internaat om EHBO-verzorging toe te dienen (met bijvoorbeeld ontsmettingsmiddel en pleisters). De informatie in deze medische fiche wordt jaar na jaar doorgegeven door de internaatsdirecteur(s) aan de telkens betrokken internaatsmedewerkers. In de periode dat de jongere op het internaat is, is het aan de ouders om belangrijke wijzigingen betreffende de gezondheid van hun kind door te geven aan de internaatsdirecteur, zodat deze dit telkens kan doorgeven aan de betrokken internaatsmedewerkers. Eens een intern het internaat verlaten heeft, worden alle medische gegevens gewist.

Wat als een intern zich tijdens het weekend niet goed voelt?

Aan de ouders wordt gevraagd om hun kind niet naar school en internaat te laten komen bij duidelijke symptomen van ziekte, zeker van een besmettelijke ziekte (zoals bijvoorbeeld een seizoensgriep of covid). Het internaat mag wettelijk gezien aan de ouders niet vragen om hun kind te laten vaccineren, maar is er wel van overtuigd dat dit de beste bescherming biedt tegen soms gevaarlijke en/of besmettelijke ziektes, en wil hier dan ook met nadruk voor pleiten.

Als de internaatsdirecteur van het internaat meent dat een intern een bijzonder gezondheidsrisico vormt voor de anderen o.b.v. uiterlijke ziektesymptomen, mag die wel vragen dat deze intern onmiddellijk naar huis gebracht wordt en hem/haar eventueel weigeren voor een bepaalde periode. Bij sommige ziektesymptomen kan het dragen van een mondmasker ook aangewezen zijn als bescherming voor de andere internen en de internaatsmedewerkers. Het internaat heeft dan ook het recht dit te vragen aan een intern om mogelijke besmettingen te voorkomen, al dan niet in afwachting van vertrek naar huis.

Wat als een intern zich tijdens de schoolweek niet goed voelt?

Wanneer een intern tijdens de schooluren ziek wordt, zullen de medewerkers van het schoolsecretariaat de nodige stappen zetten voor het welzijn van het kind. Wanneer de intern tijdens de internaatsuren ziek wordt, bekommeren de internaatsmedewerkers van het internaat zich over het kind. Zij zullen de situatie inschatten op zijn ernst, en indien aangewezen zullen wij proberen de ouders telefonisch op de hoogte te brengen. Indien de situatie zich ’s nachts voordoet en niet zeer ernstig is, telefoneert men eventueel pas de ochtend erna naar de ouders. Omdat de internaatsmedewerkers tijdens hun werkuren de verantwoordelijkheid hebben voor een groep van meerdere jongeren, verkeren ze niet in de mogelijkheid om met één intern apart op doktersbezoek te gaan.

Soms is het voldoende dat de jongere een aantal uren kan rusten op zijn/haar kamer, maar in de andere gevallen zal de internaatsmedewerker de ouders contacteren, zodat ze de jongere komen halen of in hun plaats iemand sturen. Een jongere van de hogere jaren kan bij ziekte uitzonderlijk op eigen houtje naar huis gaan, dus zonder begeleiding, maar dit enkel op voorwaarde dat de internaatsmedewerker of internaatsdirecteur hem of haar daartoe in staat acht én op voorwaarde dat er door minstens een van de ouders ook een schriftelijke goedkeuring werd doorgestuurd.

Wat als een intern gewone verzorging of medicatie nodig heeft (zoals voor hoofdpijn of keelpijn)?

Er is in elke leefgroep een EHBO-kit aanwezig voor kleinere verwondingen. De ouders geven bij inschrijving via de medische fiche al dan niet de toelating aan het internaat om EHBO-verzorging toe te passen bij hun kind, en melden eventuele allergieën die bij EHBO van belang kunnen zijn. Het merendeel van onze internaatsmedewerkers volgde een EHBO-opleiding met de nodige bijscholingen achteraf. Elke verzorging of toediening van eerste hulp door de internaatsmedewerkers van het internaat wordt geregistreerd.

Internaatsmedewerkers kunnen van rechtswege weigeren om medicatie toe te dienen en om medische handelingen te verrichten aangezien zij geen medische opleiding kregen. Het internaat kiest er principieel voor -en dit op advies van Katholiek Onderwijs Vlaanderen- om haar personeel geen medicatie te laten toedienen aan derden, tenzij wanneer een persoon in een gevaarlijke situatie zou kunnen komen (met name bij epilepsie of diabetes). Het internaat heeft dan ook geen eigen voorraad aan medicijnen.

Het is daarom aangewezen dat de ouders zelf enige basismedicatie meegeven met hun kind. Deze medicijnen steken ze in een doorzichtig plastic zakje, met op een naamsticker de naam en voornaam van de intern duidelijk leesbaar. Ook de telefoonnummers van de ouders worden op deze naamsticker vermeld. De medicatie moet in de verpakking blijven zitten en op elke verpakking staat de naam van de intern geschreven.

De internen van de tweede en derde graad zijn in principe zelf verantwoordelijk voor het bijhouden en nemen van deze medicatie, en mogen die in geen enkele omstandigheid doorgeven aan iemand anders. Het internaatsteam is hier niet aansprakelijk voor. Medicatie staat nooit in het zicht, maar is altijd opgeborgen in een kast.

Enkel voor de internen van de eerste graad zullen de internaatsmedewerkers deze zakjes met basismedicatie per intern bijhouden, om te vermijden dat deze kinderen er op een onoordeelkundige manier mee zouden omgaan, en om hen ook op te voeden in wijs medicatiegebruik.

Wanneer een kind van de eerste graad lichamelijke klachten heeft, komt die dit normaliter melden bij zijn/haar internaatsmedewerker. Die zal dan de situatie inschatten, en handelen zoals hierboven reeds aangegeven. Wanneer er medicatie zou worden aangereikt en/of toegediend uit het basispakket van de intern, worden de ouders door de internaatsmedewerker hiervan op de hoogte gebracht (minstens de ochtend nadien, indien dit ’s nachts gebeurde), en wordt dit schriftelijk geregistreerd. Wettelijk gezien mag een personeelslid niet verplicht worden om mee te werken aan het toezicht op het nemen van medicatie door internen. Maar voor ons internaat zijn er internaatsmedewerkers hiertoe bereid.

Wat als een intern meer specifieke medicatie nodig heeft (zoals antibiotica of medicatie voor ADHD)?

Soms schrijft een dokter aan een intern meer specifieke medicatie voor. Zulke medicatie mag de intern enkel op zijn/haar kamer hebben op voorwaarde dat de ouders bij de inschrijving hun uitdrukkelijke toestemming hiervoor hebben gegeven in de medische fiche, én dat zij dit schriftelijk of via mail hebben medegedeeld aan de internaatsdirecteur(s). Het gebruik van Rilatine is niet toegestaan zonder een doktersvoorschrift dat aan de internaats-directeur(s) werd voorgelegd.

Voor de internen van de eerste graad wordt deze medicatie altijd bijgehouden door de internaatsmedewerkers, en dit op de manier die hierboven reeds beschreven werd. Maar ook voor de oudere internen is het aangewezen dat medicatie niet zomaar ergens op de internenkamer ligt, maar altijd in een schuif of kast. Bepaalde medicatie moet overigens in een koelkast bewaard worden, en dit mag dan geenszins de gemeenschappelijke koelkast van de leefgroep zijn.

Wanneer ouders hierin ondersteuning willen van het internaat (bijvoorbeeld dat de internaatsmedewerkers dergelijke specifieke medicatie veilig zouden bijhouden en aan hun kind zouden aanreiken, of zelfs dat erop zou worden toegezien dat deze medicatie wordt genomen) kunnen zij dit ter overweging aan het internaat voorleggen.

Daarvoor vullen zij het aanvraagformulier in ‘Mijn kind moet op internaat medicijnen gebruiken op doktersvoorschrift’ en geven dit af of sturen dit door naar de internaatsdirecteur(s). Een luik van dit formulier moet zeker ingevuld worden door de arts die het medicijn voorschrijft. Documenten zonder handtekening of zonder stempel van een arts worden als ongeldig beschouwd. Een ander luik van dit document bevat de namen van die personeelsleden van het internaat of de school die bereid zijn om mee te werken aan dit medicatiegebruik van de intern in kwestie. Voor ons internaat zijn er dus internaats-medewerkers hiertoe bereid.

De ouders zijn er verantwoordelijk voor dat de juiste medicatie ter bewaring aan de internaatsmedewerkers wordt bezorgd in een doorzichtig plastic zakje, met op een naamsticker de naam en voornaam van de intern duidelijk te lezen. Ook de telefoonnummers van de ouders worden op deze naamsticker vermeld.  Op de verpakking van de medicatie dient duidelijk het volgende vermeld te worden (bij voorkeur door de apotheker): de naam van de apotheker, de naam van de dokter, de naam van het kind, de vervaldatum, de dosering, de wijze van toedienen, de wijze van bewaren.

Een dergelijk verzoek tot ondersteuning van het internaat moet bij het begin van elk trimester door de ouders hernieuwd worden, waarbij ook telkens opnieuw het luik wordt ingevuld dat voor de arts is voorzien.

Het is in principe de verantwoordelijkheid van de intern om zelf deze medicatie te vragen aan de internaatsmedewerkers die zich hiervoor hebben opgegeven. Natuurlijk proberen die ook zelf aan deze vrijwillige dienst te denken, ondanks eventuele drukte binnen de leefgroep. Deze internaatsmedewerkers kunnen enkel maar proberen erop toe te zien dat de intern de medicatie wel degelijk inneemt, maar zij dragen daar geen verantwoordelijkheid voor. Wanneer een intern weigert medicatie te nemen, kan die daar door een internaatsmedewerker of internaatsdirecteur niet toe gedwongen worden. Deze zullen in dat geval wel de ouders verwittigen. Ook wanneer zulke specifieke medicatie wordt overhandigd aan een intern, wordt dit telkenmale door de internaatsmedewerker schriftelijk geregistreerd.

Wat als een intern ernstiger gewond of gekwetst geraakt?

Soms gebeuren er helaas ook ernstiger voorvallen tijdens de internaatsuren. Dan wordt zo snel mogelijk een van de ouders gecontacteerd via de op de medische fiche vermelde telefoonnummers. Bij acute noodgevallen of bij medische onduidelijkheid zal – indien mogelijk en aangewezen – iemand van het internaat of de school de intern met een auto naar de spoedopname brengen. Wanneer dit echter op dat moment niet kan of wanneer dit mogelijks onveilig lijkt voor het kind, zal het internaat een ambulance laten komen. In afwachting kan de intern apart gelegd worden op een EHBO-post. Een intern die naar spoedopname moet, zal altijd begeleid worden door iemand van het internaat of de school. De begeleider zal de nodige invulformulieren voor de verzekering meenemen naar het ziekenhuis.

Er wordt van de ouders verwacht dat zij zelf zo snel mogelijk naar de kliniek komen of in hun plaats een familielid laten komen, zodat ons personeelslid zijn/haar taken op het internaat kan verderzetten. Meestal zal de intern vanuit de kliniek samen met de ouders naar huis gaan. In minder ernstige gevallen kan de intern na (eventueel telefonisch) overleg teruggebracht worden naar het internaat. Het is ook hier belangrijk dat de communicatie tussen het internaat en de ouders langs beide kanten zo duidelijk en optimaal mogelijk verloopt, altijd in het voordeel en voor het welzijn van het kind.

Wat in tijden van covid of andere besmettelijke ziektes?

De gewone voorzorgsmaatregelen voor een goede (hand)hygiëne, ventilatie en verluchting moeten op internaat ten allen tijde worden toegepast. In tijden van ernstiger besmettelijke ziektes roepen we alle internaatsmedewerkers en internen op om voldoende afstand van de anderen te bewaren, houden we nog systematischer de CO2-waarden in de verschillende leefruimtes van het internaat bij, en volgen we nauwkeurig de concrete richtlijnen van de overheid op.

Om besmetting op het internaat te vermijden kan in zulke situaties een zo strikt mogelijke scheiding opgelegd worden tussen de verschillende leefgroepen, kunnen mondmaskers verplicht worden, kan bezoek op de kamer van een andere intern of gebruik van de gezamenlijke ontspanningsruimtes beperkt of verboden worden. Poetsen en ontsmetten van het internaat gebeurt dan zo intens en frequent mogelijk. Ook de bediening van het voedsel kan dan op een andere manier georganiseerd worden. Bezoek van derden op internaat kan geweigerd worden.

We streven in dergelijke situaties meer dan ooit een heldere communicatie na met de internen en hun ouders. Om zicht te hebben op het aantal internen dat afwezig is wegens bijvoorbeeld covid, verwachten we dat de ouders het internaat én de school hierover snel informeren. We houden dagelijks bij hoeveel internen (en internaatsmedewerkers) afwezig zijn, en informeren de ouders hierover wekelijks. Wanneer het percentage besmette internen merkelijk hoger ligt dan het gemiddelde, onderzoeken we of het internaat zelf een besmettingshaard is, en zo nodig zullen we tijdelijk sluiten. Ook wanneer er teveel van onze internaatsmedewerkers door ziekte zouden uitvallen en de normale werking niet meer gegarandeerd kan worden is dit een mogelijkheid, al doen we er natuurlijk alles aan om het internaat zo lang mogelijk open te houden. Alle internaatsmedewerkers worden in zulke tijden geacht te willen invallen wanneer en waar nodig (zowel voor de werking overdag als ‘s nachts). Indien mogelijk proberen we ook andere invallers dan de gewone internaats-medewerkers in te schakelen.

Het internaat kan de ouders in tijden van hoge covid-besmettingen oproepen om hun kind een zelftest te laten ondergaan op zondagavond of maandagochtend. Wanneer een intern op internaat symptomen vertoont van bijvoorbeeld covid, plaatsen we die – indien nodig – in quarantaine en vragen we de ouders toestemming om hun kind een zelftest te laten doen. Als de ouders dit weigeren, kan het internaat hen vragen om de zieke jongere te komen halen. Voor internen die in een moeilijke thuissituatie zitten (bijvoorbeeld wanneer beide ouders tijdens een epidemie of pandemie in een cruciale sector zouden werken, of wanneer beiden besmet zouden zijn) zoekt het internaat samen met de ouders naar een oplossing om het kind op te vangen.

Het internaat kan de ouders in tijden van hoge cijfers van covid-besmettingen of andere oproepen om hun kind te laten vaccineren, en dit om zoveel mogelijk besmettingen onder onze internenbevolking te voorkomen.